Kale bosmier: mierenpaden en clusters

De kolonies van de kale bosmier Formica polyctena bestaan uit meerdere nesten. De bevruchte koninginnen, dat kunnen er tientallen zijn per nest, gaan lopend op zoek naar een geschikte nieuwe nestplek. Soms is dat vlak naast het ‘moedernest’, waardoor er twee nesten tegen elkaar aan komen te liggen. Maar ze zoeken ook naar goede nestplekken langs de al bestaande mierenpaden. In de loop der tijd ontstaat zo een netwerk van mierennesten, verbonden met mierenpaden.

Zo’n cluster van nesten en paden kan bestaan uit slechts enkele nesten tot tientallen nesten en in omvang varieeren van 100 tot 300 meter doorsnede. In de loop der tijd kunnen vanuit bestaande clusters ook nieuwe clusters ontstaan. Dat gebeurt wanneer nesten aan de rand van een cluster zich ontwikkelen tot nieuw moedernest, een proces dat tientallen jaren duurt. Vaak zijn tussen twee clusters in nog sporen te vinden van grote, oude nesten. Misschien zijn dat de resten van eenouder moedernest, van waaruit de verschillende nieuwe clusters zijn ontstaan.

Afbeelding boven: Een nieuw nest wordt gebouwd op de ruines van een groot verlaten nest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *